Lely: steeds een nieuwe slag in het nieuwe denken

De integratie van geautomatiseerde systemen met informatietechnologie bracht het om de melkrobots vermaarde Lely Industries (2000 medewerkers wereldwijd, jaaromzet 600 miljoen euro) naar de wereldtop. De afgelopen jaren zijn nieuwe reuzenstappen gezet, onder meer door melkveehouders via mobiele apparaten van informatie over de koe te voorzien. En het einde is nog lang niet in zicht, vertelt senior product manager Milking and Cooling Jan Dirk van Mourik.

 

Hoe belangrijk zijn informatisering en automatisering?

“Toepassing van ict is onze business-insteek geworden. Wat wij sinds de jaren negentig van de vorige eeuw met automatisering hebben bereikt, heeft een enorme impact op het veehoudersbedrijf gehad. Door de komst van onze robots hoeft de boer niet langer zelf te melken. Het koppelen van de robot aan de koe gebeurt ook volledig automatisch. Dit heeft geleid tot een ongekende verhoging van de arbeidsefficiëntie. Daarnaast is de invloed op het sociale leven van de boer enorm. Hij hoeft niet langer zeven dagen per week op niet-sociale uren aan het werk.”

 

Is verdere automatisering nog mogelijk?

“Wij proberen de boer steeds verder te ontzorgen. De komst van de melkrobot heeft hem verlost van veel uitvoerende taken. Wij proberen hem daarnaast zijn observerende taken uit handen te nemen. Sensoren rondom de koe in de stal produceren data, die wij met speciale software omzetten in informatie waarmee de boer aan de slag kan. Hij kan die altijd en overal raadplegen, op een smartphone of tablet. Lely was de eerste in de sector die met die mobiele data-ontsluiting kwam. Het was een nieuwe slag in het nieuwe denken.”

 

Hoe benut Lely alle nieuwe mogelijkheden zelf?

“Bijna al onze melkrobots zijn verbonden met het internet. Wij krijgen vanaf tienduizenden plaatsen over de hele wereld dagelijks informatie binnen die ons vertelt hoe onze robots presteren, onder welke condities en in welk klimaat. Dat levert een unieke datastroom op, die wij benutten om het product verder te verbeteren. Tien jaar geleden waren we afhankelijk van de waarnemingen die de servicemonteur deed. Dat is passé. We hebben een fast-feedbacksysteem dat feilloos laat zien wat gebeurt en ons in staat stelt snel in te grijpen. En ook dat gaat verder. Want we begrijpen steeds beter hoe we steeds meer met die data kunnen doen, nu en in de toekomst.”

 

Leidt deze ontwikkeling tot een groeiende behoefte aan een ander type medewerker?

“We noteren een gestage toename van het aantal software-engineers. Vaak jonge mensen, die een enorme affiniteit hebben met de wereld van de informatisering. Een voorbeeld is de mobiele ontsluiting van ons managementprogramma, maar ook een fenomeen als big data. Dat wordt opgepakt en uitgedokterd. We hebben daar nog stappen in te zetten. De ontwikkelingen gaan bovendien razendsnel, je kunt je afvragen of we op termijn alles in eigen hand moeten willen houden of op specifieke deelterreinen samenwerkingsverbanden moeten aangaan.”

 

Is het ‘fieldlab’ Smart Dairy Farming 2.0 waarin Lely deelneemt daarvan een voorbeeld?

“Binnen dit proefproject werken we inderdaad samen met andere partijen aan een technologie die erop is gericht melkvee optimaal gezond en daarmee maximaal productief te houden. Ook hier staat het verzamelen van data voor een groot deel centraal. Voor Lely is dit project van groot belang. Als je kijkt naar de positie van Nederland in de wereld, dan blijft voortdurende kennisopbouw en -ontsluiting noodzakelijk als we voorop willen blijven lopen. Arbeid wordt steeds duurder, bovendien willen jongeren niet meer met oude productietechnieken werken. Oude technologie past ook niet in een kenniseconomie. Nieuwe knowhow is nodig om steeds modernere technieken te kunnen implementeren. De ontwikkeling daarvan, alleen of met anderen, is een enorme drijfveer.”

www.lely.com

 

 

40